Verdrinken in vrijheid
Ik ben geen Nintendo-gamer. Op een Gamecube en een Gameboy Advance SP na, heb ik niet veel tijd gespendeerd op Nintendo’s consoles. Toch is het nu twee jaar geleden dat ik een Switch in bezit kreeg. En bij die Switch hoorde volgens iedereen één spel: Breath of the Wild. Dus fiets ik de zondag na mijn verjaardag naar Amersfoort, naar de Nedgame, om precies die game te kopen. Het is een game met een belofte. De belofte dat de game het genre openwereldgame ontstijgt.
Die belofte zit hem erin dat deze game je volledige vrijheid biedt. Dat wordt vaak gezegd bij openwereldgames, maar Breath of the Wild is volgens reviewers de eerste game die dat daadwerkelijk biedt. Jason Schreier schrijft in zijn Kotaku review dat de game ja zegt op alles wat je ervan vraagt. Wil je experimenteren? In deze game kan het. Deze game heeft afgerekend met alle beperkingen van games en biedt volledige vrijheid. Die volledige vrijheid wordt in mijn vorige stuk omschreven als negatieve vrijheid, oftewel de afwezigheid van dwang.
Die afwezigheid van dwang zie ik niet direct. Nadat ik thuis kom, begint mijn avontuur op de Great Plateau. Een gecureerde omgeving om je te leren over de spelmechanieken. Ik denk te begrijpen waarom de reviews zo lovend zijn. Ik wandel als avonturier een kant op. Mijn kant op. Ik vind een shrine. Los deze op met een nieuw verkregen mechaniek. Ga weer verder naar een volgende locatie. De Great Plateau is mijn speeltuin, maar pas later leer ik dat het ook mijn spiegel is. Ik spring het plateau af. Op naar een wereld die vrij is.
Dan kom ik beneden, of nouja, Link landt in Hyrule. Beneden aangekomen, voel ik de echte vrijheid niet. Ik besluit het hoofdverhaal wat te volgen, misschien dat dat mij richting biedt. Online had ik gelezen dat je dan gaandeweg afgeleid zou worden, maar op de shrines die ik tegenkom na, ben ik vooral op zoek naar richting. Waar zijn die schatten, onontdekte plekjes en quests? Die worden door mij niet gevonden.
Dat ik die niet vind, frustreert. Ik probeer het echt. Ik open mijn kaart, kijk naar afwijkingen en besluit een marker te zetten. Totdat ik arriveer, lijkt dit een goed plan, maar wanneer ik aan kom, blijkt daar helemaal niks te zijn. Andere methode dan? Ik open de verrekijker, kijk in de verte, zie iets interessants, zet een marker en loop erop af. Wanneer ik de plek bereik, rest daar vooral teleurstelling. Weer geen schat, weer geen beloning.
Het uitblijven van de beloning zorgt ervoor dat ik teleurgesteld raak in de game. Reviewers hadden mij toch verteld dat deze game de gamer beloont? Ja, er zijn momenten dat ik, om met een beroemd podcaster te spreken, zie dat de game goed is. Maar Breath of the Wild laat mij vooral zien dat ik niet met die vrijheid om kan gaan. Ik voel mij als een peuter zonder zwemdiploma in het grotemensenbad. Trappelend naar enig houvast onder mijn voeten, terwijl ik langzaamaan verdrink door vermoeidheid.
Terwijl ik wegzak in het zwembad dat Breath of the Wild is, besef ik dat The Great Plateau mijn hoogtepunt was. Daar kreeg ik zwembandjes aangereikt om te genieten van het zwembad. Nu ik zonder zwembandjes moet zwemmen, leer ik dat games die negatieve vrijheid bieden niet voor iedereen zijn. Zoals je het zwembad vooral waardeert wanneer je een zwemdiploma hebt. Zo moet je voor games met negatieve vrijheid zwemervaring hebben; of het geduld hebben om door middel van trial and error die zwemervaring op te doen. In mijn geval had ik beide niet en bleek de sprong van the Great Plateau vooral een sprong naar de bodem van het zwembad om niet meer boven te komen.


