De openwereldgame is een worsteling naar genoeg vrijheid
Het is 2007. Ik ben bij een vriend die Assassins Creed heeft op zijn PC. Op een paard rijden wij door het beloofde land richting Acre. Tuurlijk, het spel is wat repetitief. Maar die vrije open wereld houdt mij in zijn greep. Het idee dat je overal heen kunt rijden, even niks kunt doen en dan weer een volgend stukje stad ontdekt. Je had al GTA, of the Elder Scrolls, maar voor mij is Assassins Creed het begin van een nieuw genre: De openwereldgame. In de jaren die volgen, worden games geadverteerd met dat de stad/wereld nog groter is; dat de wereld nog meer torens heeft; of dat er nog meer tijd besteed aan kon worden aan zijmissies. Die oneindige zoektocht naar meer vrijheid lijkt de openwereldgame te definiëren.
Want wat is vrijheid nu precies in een openwereldgame? Zit dat hem in de volgorde waarin je missies doet; of zit het in de grootte van de kaart; of dat er ontiegelijk veel te doen is? Ik merk dat ik het antwoord niet precies weet. Dus ging ik op zoek naar een lens om openwereldgames door te bekijken. Ik kwam uit bij een filosofisch boek en dat vraagt om wat verkenning.
Dat boek is ’Vrouwen in het duister’ van Alicja Gescinska. In dit boek beschrijft zij tien vrouwelijke denkers die de 20e eeuw hebben gevormd. Dat alleen al is de moeite waard om te lezen, maar in dit boek leerde ik ook dat er in de filosofie van oudsher twee manieren zijn om het begrip vrijheid te duidden. Namelijk door middel van negatieve vrijheid en positieve vrijheid. Zoals Gescinska schrijft, zijn dit geen begrippen die een waardeoordeel in zich hebben, dus dat de één beter is dan de ander, maar gaat dit eerder hoe vrijheid gedefinieerd wordt.
Als eerste het begrip negatieve vrijheid. Negatieve vrijheid is de afwezigheid van inmenging en beperkingen. Wanneer er weinig externe factoren zijn die je belemmeren, dan ben je vrij om te doen wat je wilt. Kritiek op deze zienswijze van vrijheid is het volgende: Op papier kan iemand vrij lijken, maar wanneer je niet de mogelijkheden hebt om van die vrijheid gebruik te maken, dan ben je nog steeds onvrij. Ik vertaal dit voor mijzelf in openwereldgames als die games die een oneindig grote wereld bieden, die je niet sturen waar je heen moet gaan, waar je doorheen geleidt wordt aan de hand van je eigen nieuwsgierigheid. De Breath of the Wilds van de openwereldgames. De Elden Rings.
Naast negatieve vrijheid heb je ook het begrip positieve vrijheid. Positieve vrijheid zegt dat je niet alleen vrijheid ervaart wanneer er geen belemmeringen zijn, maar dat je ook gebruik moet kunnen maken van die vrijheid. Heb je de vaardigheden om gebruik te maken van de vrijheid die je geboden wordt. Ook op deze zienswijze is er kritiek; bij positieve vrijheid kan de nadruk op vaardigheden omslaan in dwang. Je hebt eerst dit nodig, dan kun je pas… Wanneer ik dit vertaal in openwereldgames denk ik aan de games van Ubisoft. Je moet eerst een toren beklimmen voor je alle icoontjes afgaat. Je moet eerst een bepaald level zijn, voordat je de vijanden in een bepaald gebied aankunt.
Je denkt nu vast: leuk Geert, maar wat heb ik hier als gamer aan? Om die vraag te kunnen beantwoorden, ga ik terug naar het boek. Er wordt omschreven hoe vrijheid kan omslaan in een angst om vrij te zijn. Dat we de verantwoordelijkheid als mens niet aankunnen die bij vrijheid komt kijken. De zoektocht naar vrijheid is worstelen tussen beide begrippen. Worstelen tussen een afwezigheid van regels en het bieden van kansen. Tussen het geven van eigen verantwoordelijkheid en subtiel nudgen naar het “juiste”.
Wanneer ik aan openwereldgames denk, dan zie ik bij mijzelf die worsteling. Aan de ene kant wil ik vrijheid om te gaan en staan waar ik wil. Aan de andere kant vind ik het ook fijn wanneer ik gestuurd wordt naar het volgende doel. Aan de ene kant wil ik het gevoel hebben dat ik niet gestuurd wordt. Aan de andere kant wil ik een indicatie die aangeeft of deze eindbaas nu wel, of niet door mij verslagen kan worden. Ik schipper continu tussen beide vrijheidsbegrippen. Daarom ga ik in de komende tijd op zoek naar wat ik vind van negatieve vrijheid aan de hand van mijn ervaringen met Breath of the Wild. Later volgt ook een stuk over positieve vrijheid aan de hand van mijn ervaringen met Ubisoft games. Uiteindelijk hoop ik daarmee de vraag te beantwoorden wanneer een openwereldgame genoeg vrijheid biedt. Vrijheid die leuk is om te spelen. Vrijheid die je uitdaagt om jezelf te ontwikkelen.


